VZH

verkeerszekere hond


Bij de VZH training leert de hond zich gehoorzaam en sociaal gedragen op straat. De training wordt afgesloten met een examen. Voordat je met je hond aan een werkhondenopleiding als IGP of Speurhond begint moet je het VZH diploma hebben. Om het VZH examen af te leggen moet de hond tenminste 12 maanden oud zijn.

Het examen bestaat uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel vindt plaats op het trainingsveld en voor het tweede onderdeel wordt het gedrag van de hond op straat getest. Examens worden afgelegd door keurmeesters van de Commissie Werkhonden van de Raad van Beheer.

Het eerste gedeelte op het trainingsveld bestaat uit een vast aantal gehoorzaamheidsoefeningen die volgens een vast loopschema uitgevoerd moeten worden. Dit loopschema moet de geleider uit het hoofd kennen en zelfstandig uitvoeren!
Als het eerste deel goed is uitgevoerd gaan hond en geleider door naar het tweede deel, de beoordeling op straat.

Voor deel twee wordt gekeken hoe de hond zich op de openbare weg gedraagt. Hoe reageert hij op passerende fietsers of hardlopers, op andere honden en hoe gedraagt hij zich als hij even alleen wordt gelaten. 

Puntentelling eerste deel

Lijn volgen: 15 punten
Vrij volgen: 15 punten
Zitoefening: 10 punten
Afliggen met voorroepen: 10 punten
Afliggen met afleiding: 10 punten

Voor het eerste deel moet minstens 70% van het totaal aantal punten gehaald worden om door te gaan naar deel twee. Voor het tweede deel worden geen punten gegeven.

Tweede deel, examen in het verkeer

Ontmoeten van personen
Op aanwijzing van de examinator volgt de geleider met zijn aangelijnde hond op het voetpad een bepaald traject, de examinator volgt het team op een gepaste afstand. De hond dient aan de linkerkant, met de schouder op kniehoogte van de geleider, gewillig te volgen met doorhangende lijn. Tegenover voetgangers en ander verkeer heeft de hond zich onverschillig te gedragen. Op zijn weg wordt de hond door een voorbijlopende persoon de pas afgesneden. De hond dient zich neutraal en onbevangen te gedragen. De geleider met zijn hond gaan dan in een groep van ten minste 6 personen. In de groep spreekt de geleider iemand aan en geeft hem een handdruk. De hond moet op teken van de geleider rustig naast hem gaan zitten of gaan liggen en moet zich gedurende dit kort oponthoud rustig gedragen.

Gedrag tegenover een fietser
De geleider wordt met zijn aangelijnde hond op een bepaald traject ingehaald door een fietser die daarbij de bel laat rinkelen. Op een grote afstand draait de fietser en komt de geleider tegemoet gereden. Dit voorbij rijden dient zo te gebeuren dat de hond zich tussen de geleider en de fietser bevindt. De aangelijnde hond heeft zich tegenover de fietser rustig te gedragen.

Gedrag tegenover auto’s
De geleider gaat met zijn aangelijnde hond meerdere auto’s voorbij. Daarbij wordt één van de auto’s gestart. Bij een andere auto slaat men een deur dicht. Terwijl de geleider met zijn hond verder gaat stopt een auto naast hen en de chauffeur draait het raampje open en vraagt een inlichting aan de geleider. De hond dient op aangeven van de geleider rustig te gaan zitten of te gaan liggen. De hond dient zich rustig te gedragen tegenover verkeer en de daarbij horende geluiden.

Gedrag tegenover joggers of inline skater
De geleider loopt met zijn aangelijnde hond op een rustige weg. Tenminste twee joggers lopen hen voorbij zonder hun tempo te verminderen. Als de joggers uit het blikveld verdwenen zijn komen opnieuw twee joggers de hond tegemoet zonder hun snelheid te minderen. De hond hoeft niet correct te volgen maar mag de joggers ook niet hinderen. Het is toegestaan dat de geleider zijn hond bij het voorbijlopen in zit of af positie brengt. In plaats van de joggers kunnen ook twee inline skaters ingezet worden.

Gedrag met andere honden
Tegenover een voorbijkomende en een tegemoetkomende hond van een andere geleider moet de hond zich neutraal gedragen. De geleider kan de hond bij het voorbijlopen van de andere hond een extra commando “voet” geven of de hond tijdens het passeren in de zit of af positie brengen.

Gedrag van een in het verkeer alleen achtergelaten hond, gedrag tegenover dieren
Op aanwijzing van de examinator loopt de geleider met zijn aangelijnde hond op een rustige weg. Na een korte wandeling houdt de geleider halt en bevestigt de lijn aan een boom, een ring of iets dergelijk. De geleider gaat uit het zicht van de hond. De hond mag staan, zitten of liggen.
Tijdens de afwezigheid van de geleider loopt een voorbijganger (persoon die deze opdracht krijgt) met aangelijnde hond (hiervoor geen drukke hond inzetten) op een afstand van 5 passen voorbij.
De alleen gelaten hond moet zich tijdens de afwezigheid van de geleider rustig gedragen.
De hond moet de voorbij lopende hond zonder aanvalsuitingen (trekken aan de lijn en of aanhoudend blaffen etc.) of te willen bijten laten passeren. Op aanwijzing van de examinator wordt de hond door de geleider opgehaald.

Bron: FCI IGP reglement 2019



Image

Aanmelden bij de examinator


Image

Lopen door de groep


Image

Gedrag tegenover de fietser


Image

Gedrag met andere honden


Image

Gedrag tegenover joggers